Mühren was al jong in de ban van de bal. ''Er was niks anders dan voetbal'', zo herinnerde Arnold Mühren zijn jeugd in Volendam. De bal was het absolute centrum van het universum van hem en zijn grote broer Gerrie. ''Wij gingen tot 's avonds laat de straat op, met een broodje in onze mond. Ik was altijd bezig. Ik praatte tegen mijn schoenen en ging met de bal naar bed.''
Hoewel het voetballen op straat verreweg de meeste tijd opslokte speelden de broers ook in clubverband, bij RKSV Volendam, de voorloper van de huidige plaatselijke FC. In 1968 pikte Ajax Gerrie op. In de zomer van 1971 volgde 'jonkie' Arnold hem in zijn kielzog. De broers scheelden vijf jaar en vier maanden van elkaar.
Waar Gerrie al vrij snel een basisplaats wist te veroveren bij Ajax, had Arnold het soms moeilijk in zijn beginperiode bij de club. Met zijn goede techniek, inzicht en uitstekende trap haakte hij wel degelijk snel aan bij het hoge niveau van het Ajax van begin jaren ’70. Maar van een basisplaats was hij na zijn debuut in september 1971, een nipt gewonnen wedstrijd tegen Excelsior (1-0), nooit echt verzekerd.
Maar ondanks die moordende concurrentie had Mühren ook in die jaren een bijdrage in de successen van Ajax. Hij won de eerste prijzen op een unieke erelijst. In het seizoen waarin de club zijn derde Europa Cup 1 won (1972/1973) speelde hij zo’n 200 minuten mee, in wedstrijden tegen Bayern München en Real Madrid. Ook won Mühren met Ajax twee keer de Europese Supercup plus een Wereldbeker.
Heldenstatus in Engeland
In de zomer van 1974 koos Mühren eieren voor zijn geld. Hij wilde meer spelen en accepteerde dat hij onderdeel werd van een spelersruil met René Notten van FC Twente. Na twee goede seizoenen vervolgde de middenspeler zijn loopbaan bij het Engelse Ipswich Town.
In Ipswich beleefde Mühren geweldige jaren. Hij speelde er in vier seizoen meer dan 150 wedstrijden en groeide uit tot een lokale held. Dat had alles te maken met het feit dat hij met Ipswich in 1981 de toenmalige UEFA Cup wist te winnen. Hij werd bovendien de eerste buitenlandse speler die in Engeland werd uitverkozen tot Speler van het Jaar.
Manchester United
Het grote succes in die eerste Engelse jaren van Mühren leidde tot een overstap naar topclub Manchester United. Ook bij die club deed hij het uitstekend. Door een strafschop te benutten tegen Brighton & Hove Albion FC, werd hij de eerste Nederlander die scoorde in een FA Cup-finale. Mühren won de prestigieuze Engelse beker zelfs twee keer.
Zo kabbelde zijn voetbalbestaan in Engeland vrolijk voort. Totdat Sjaak Swart in de zomer van 1985 aan de lijn hing. Of hij een wedstrijdje met oud-Ajacieden mee wilde spelen. En of-ie niet sowieso maar eens terug naar Amsterdam moest komen. Een kwartier na dat gesprek belde de volgende Ajax-icoon: de nieuwe hoofdtrainer Johan Cruijff. Die wilde hem, ondanks het feit dat Mühren al ruim in de dertig liep, als routinier aan zijn selectie toevoegen.
De Volendammer, die de interesse gezien zijn hoge leeftijd niet aan had zien komen, twijfelde even - hij zat immers goed bij Manchester United - maar hapte toch toe. Ajax was zijn tweede thuis en werken met Cruijff zag hij wel zitten. Mühren werd daarmee de enige die de beste Ajacied ooit leerde kennen als ploeggenoot en als trainer.
Nestor van jonge en talentvolle groep
In zijn tweede periode bij Ajax was Mühren de nestor van een jonge en uiterst talentvolle groep. Als linkermiddenvelder bracht hij de rust en ervaring die aanstormende wereldsterren als Frank Rijkaard en Marco van Basten het voetballen vergemakkelijkte. ''Ik kwam in een fantastisch jong elftal'', vertelde Mühren er later over. ''Het waren goede voetballers die nog aan de wieg van hun carrière stonden.'' De mix tussen jonge talenten en de mentor Mühren was een succesvolle. In het seizoen 1986/1987 leverde het Ajax de Europa Cup 2 op. Op 13 mei 1987 versloeg Ajax in Athene Lokomotiv Leipzig met 1-0.
Zijn stabiele spel in zijn tweede periode bij Ajax bezorgde Mühren een vaste plek bij het Nederlands elftal. Ook bij Oranje was de Volendammer, Mühren speelde vlak voor het WK 1978 zijn eerste interland, bijzonder succesvol. Met Mühren als stabiele kracht won Nederland in de zomer van 1988 de Europese titel, nog altijd de enige hoofdprijs die Oranje won. Mührens voorzet op Marco van Basten, die in de finale vervolgens even verwoestend als fraai scoorde, is voetbalerfgoed.
Na de thuiswedstrijd tegen Willem II, op 21 mei 1989 (1-0-winst) beëindigde Mühren zijn imposante spelersloopbaan. Na zijn afsluitende optreden tegen Willem II bleef de toen bijna 38-jarige technicus decennialang de oudste speler ooit in Ajax 1. Het record werd ruim dertig jaar later eerst verbroken door de dan ruim 39-jarige Maarten Stekelenburg. Waarna de 42-jarige Remko Pasveer de recordleeftijd nog scherper stelde.
Ook na zijn afscheid bleef de aimabele Mühren Ajacied. In twee periodes diende hij zijn club als jeugdtrainer. Zijn liefde voor het spel in zijn puurste vorm bleef hij overbrengen op jonge Ajax-talenten. Met geduld en kalmte doceerde de Mührens het voetbalvak. ''Te allen tijde moet je voorkomen dat kinderen zich overbodig voelen. Plezier is op die leeftijd belangrijker dan winnen'', vertelde Arnold in Trouw.



